Op vrijdag gebeurt er op Twitter iets speciaals. Er worden complimentjes uitgedeeld door #FF te gebruiken.
Heshtek FF betekent zoveel als Follow Friday. Door iemand te noemen waar je bewondering voor hebt en daar dan #FF (#FollowFriday) bij te zetten. Gewoon omdat diegene jou inspireert, iets aardigs voor je gedaan heeft of omdat je iemand wilt bedanken. Eigenlijk bedoeld om iemand een hart onder de riem te steken.
Vorige week vrijdag heb ik ook een #FF getweet, met daarbij een filmpje van een leerkracht waar je blij van wordt! Waarom? Omdat zij de ultieme manier van leren laat zien; leren door plezier te maken. Waarmee ze haar leerlingen een hart onder de riem steekt. Omdat ze een manier heeft gevonden om leren leuk te maken voor ze.
Het is ook bewezen dat kennis blijft hangen door het in een liedje te gieten. Als invallers merken we dit dagelijks, omdat we ook onze liedjes bij de canonvensters in ons programma meenemen naar school. De leerlingen vinden het fantastisch, de melodieën liggen lekker in het gehoor en het samen zingen schept ook nog eens verbinding.
Wat doe jij in de klas om je leerlingen een hart onder de riem te steken? Om het leren leuk te maken voor ze?
Laat hieronder een reactie achter, dan krijg je van mij een liedje toegestuurd dat je maandag meteen kunt gebruiken in de klas. Even oefenen deze vakantie en dan maandag lekker zingen met z’n allen!
O ja, dit is ‘r, de leerkracht waar je blij van wordt!
woensdag 21 oktober 2015
woensdag 23 september 2015
Idee voor de KBW
Woensdag
7 oktober gaat de Kinderboekenweek van start. Het heet KinderboekenWEEK, maar
het zijn er bijna 2. Heerlijk en geoorloofd 10 dagen ongegeneerd aandacht
besteden aan boeken, lezen, schrijvers! Ik probeer dit het hele jaar te doen,
maar de marketing en promotie tijdens de KBW helpen wel echt.
Verhalenfabriek
wordt regelmatig uitgenodigd om op school bij de opening van de KBW een verhaal
te vertellen en dit jaar is het thema zó fijn: Raar, maar waar. Wat past daar
allemaal wel niet bij!
Aandacht
voor een beetje rare, maar geniale types: Albert Einstein, Leonardo da Vinci,
Marie Curie, Alan Turing … wat waren dat voor (RARE) types? En wat is er WAAR
van al die verhalen over deze geniale geesten? Janny van der Molen heeft een
erg leuk en leerzaam boek hierover geschreven: over slimme mensen die de wereld
beter maakten, zie het linkje onderaan deze blog.
Raar
maar waar past ook bij ons, bij
Verhalenfabriek. Want bijna alle mensen die iets bijzonders hebben gepresteerd
of achtergelaten, dat zijn mensen die niet in het keurslijf pasten, die het
vaak ook niet lukte om in het reguliere onderwijs hun draai te vinden en dus
hun eigen weg moesten zoeken. Sommigen van hen kregen hun ideeën over het
voetlicht op hun eigen manier, bij anderen gebeurde dat pas later en werd zelfs
na hun dood pas bekend hoe geniaal ze eigenlijk waren.
Hoe
mooi is het als wij onze leerlingen NU vragen naar hun ideeën, ze leren deze te
formuleren, op te schrijven, te verwoorden. Zodat ze al vroeg weten waar ze
goed in zijn, wat er speciaal aan ze is, waarmee ze het verschil maken. Maar
dan moeten wij leerkrachten er wel naar vragen, daar tijd voor inruimen in ons
curriculum. Als wij dat nu al doen, op de basisschool, hebben leerlingen daar
hun hele leven plezier van. Het wat-wil-je-worden?–programma van Verhalenfabriek helpt
hierbij, zodat je je leerlingen echt leert kennen om hun kwaliteiten in te zetten
voor de opbrengst van de hele groep!
vrijdag 11 september 2015
De Gouden Koets
Dinsdag 15 september is het
Prinsjesdag en voorlopig de laatste kans om de gouden koets te zien. Deze gaat
voor groot onderhoud een aantal jaren (!) uit de roulatie. Dit vertelde Jordi
uit groep 7 naar aanleiding van het krantenartikel dat hij had uitgekozen voor
zijn presentatie.
Na de presentatie van Jordi
was de klas helemaal geïnspireerd tijdens het maken van een woordspin over
Prinsjesdag: koffertje, hoeden, troonrede, koning, koets, plannen, stropdassen,
regering, ridderzaal, goud, slaperig, voorlezen, troon, Maxima, Tweede Kamer,
ministers, Den Haag.
We besloten om in de klas
ook een echte Prinsjesdag te houden op 15 september. De leerlingen mogen vanaf
vandaag werken aan hun eigen troonrede. Omdat de troonrede gaat over de plannen
voor het komend jaar, schrijven ze in hun troonrede hun eigen plannen voor dit
schooljaar: Wat willen ze leren? Waar willen ze beter in worden? Waarmee kunnen
ze andere kinderen helpen? Wat kunnen ze doen voor de school en wat vinden ze
belangrijke regels voor in de klas?
Dinsdag 15 september hebben
we onze eigen Prinsjesdag, we hebben de volgende afspraken gemaakt:
1. de troonredes gaan in een
koffertje, dat openen we dinsdagochtend 15 september
2. alle leerlingen dragen die
dag een hoed naar school (ook de jongens en de juf)
3. er wordt wel gewerkt, maar
tussendoor worden de troonredes voorgelezen
4. het voorlezen gebeurt op
de stoel van de juf, en we proberen ‘op z’n Konings’ te spreken
5. voor de lunch nemen we
allemaal iets ‘koninklijks’ mee in onze trommel: een sinaasappel, een blokje
kaas met een vlaggetje, een wortel of een stuk oranje meloen.
Aan het eind van de dag doen
we de Koninklijke
Klokhuis Quiz, met allerlei leuke weetjes over deze dag en over de Oranjes.
Alle troonredes gaan in een mooi mapje voor de klassenbieb.
zondag 5 juli 2015
Van A naar Beter
Je hebt ze in twee soorten:1. Kinderen die in de vakantie veel woorden bijleren; ze gaan op vakantie, brengen veel tijd door met het gezin, er is tijd en aandacht voor elkaar, er wordt voorgelezen, er wordt gelezen over de vakantiebestemming en bezienswaardigheden.
2. Kinderen die thuis geen taalrijke omgeving hebben; ze gaan niet op vakantie, de ouders moeten de hele periode werken, er worden weinig tot geen uitstapjes gemaakt, de ouders hebben het gevoel dat ze hun kinderen niet kunnen helpen op het gebied van taal omdat ze vinden dat ze het Nederlands niet voldoende beheersen.
Twee uitersten, en alles wat daar tussen zit.
Uit onderzoek blijkt dat veel kinderen met een taalachterstand aan het eind van een lange zomervakantie terug op school komen met een lager taalniveau dan ze hadden voordat de vakantie begon. Ze hebben door het gebrek aan aandacht voor taal in de vakantie een negatieve leercurve.
Voor alle soorten kinderen geldt: soms hebben ze gewoon geen zin om te lezen! En al helemaal niet in de vakantie. Bij dezen een paar GRATIS tips om tijdens de vakantie ongemerkt leesmeters te maken:
1. Zingen - dat vinden ze wel leuk! En zeker als je als ouder meedoet. Maakt niet uit wat voor liedjes, als ze maar de hele dag in je hoofd blijven zitten. Er zijn van die liedjes waarmee je niet verder komt dan de eerste twee regels. Zoek de songtekst op, print ‘m uit en studeer samen in. Om nooit meer te vergeten. Van Annie M.G.-liedjes tot aan Parijs van Kenny B. (pure poëzie en vol met taaldingetjes).
2. Taalspelletjes – maak van de dagelijkse dingen een taalspelletje aan de keukentafel; boodschappenlijstje, vakantie-inpaklijst, een verjaardagskalender, borden langs de snelweg. Allemaal leuke taalsnacks voor in de vakantie, hier vind je ze allemaal!
3. De vakantiebieb – om te downloaden op je telefoon of tablet. En dan kun je kiezen uit leuke titels, voor je kinderen maar ook voor jezelf. Travel light! En: lees samen met je kind voor, om de beurt een stukje, samen een hoofdstuk per dag. Lees hier hoe het werkt.
Om met neuroloog Dick Schwaab te spreken; tijdens de vakantie en door te lezen leggen de hersenen van jouw kinderen weer allerlei nieuwe verbindingen; moeilijk begaanbare kronkelweggetjes worden steeds breder en minder bochtig, tot er uiteindelijk 4-baans snelwegen zijn, waar de woorden met grote snelheid de kortste weg van A naar B afleggen.
Fijne zomer!
maandag 29 juni 2015
Bezoek aan huis?
Er zijn scholen waar wij mee
werken die geloven in het nut van huisbezoeken. Waarom? Omdat het team van de
school gelooft dat ouderbetrokkenheid niet alleen betekent dat ouders betrokken
zijn bij de school, maar ook dat de school betrokken is bij de ouders.
Het kennen van de thuissituatie helpt enorm bij het dagelijks contact met de leerlingen. Als een leerkracht weet waar een kind vandaan komt, hoe het thuis zit, dan kan de leerkracht daar op inspelen en daar zelfs de lesstof op aanpassen.
Een voorbeeld: Marina heeft zoon Giovanni in groep 6, hij is 10 jaar. Marina spreekt niet zo goed Nederlands en komt daarom nooit naar school. We zien altijd Giovanni's vader, Michiel, maar die heeft een drukke baan. Giovanni kan nog niet zo goed lezen, terwijl hij verder wel rustig en leergierig is.
Tijdens een huisbezoek zagen we dat Marina een zeer toegewijde moeder is. Ze spreekt Italiaans met Giovanni. De leerkracht vroeg aan Marina of ze wel eens leest met haar zoon. Ze bleek dat nooit te doen omdat ze zelf geen Nederlands spreekt. Wij hebben haar voorgesteld dat ze samen kunnen lezen. Zij leest voor in het Italiaans aan Giovanni en hij leest haar voor in het Nederlands. Zo snijdt het mes aan twee kanten.
Wat vind jij? Huisbezoeken of niet? Doe je het al? Hoe vind je de tijd? En wat zijn de voordelen?
Ik ben benieuwd naar jouw ervaring. Voor je reactie krijg je ons boek: Verhalenfabriek, inspireren in de klas.
Fijne dag! Kijk ook even naar Joris & Monique; hoe het bij hun op school gaat.
Het kennen van de thuissituatie helpt enorm bij het dagelijks contact met de leerlingen. Als een leerkracht weet waar een kind vandaan komt, hoe het thuis zit, dan kan de leerkracht daar op inspelen en daar zelfs de lesstof op aanpassen.
Een voorbeeld: Marina heeft zoon Giovanni in groep 6, hij is 10 jaar. Marina spreekt niet zo goed Nederlands en komt daarom nooit naar school. We zien altijd Giovanni's vader, Michiel, maar die heeft een drukke baan. Giovanni kan nog niet zo goed lezen, terwijl hij verder wel rustig en leergierig is.
Tijdens een huisbezoek zagen we dat Marina een zeer toegewijde moeder is. Ze spreekt Italiaans met Giovanni. De leerkracht vroeg aan Marina of ze wel eens leest met haar zoon. Ze bleek dat nooit te doen omdat ze zelf geen Nederlands spreekt. Wij hebben haar voorgesteld dat ze samen kunnen lezen. Zij leest voor in het Italiaans aan Giovanni en hij leest haar voor in het Nederlands. Zo snijdt het mes aan twee kanten.
Wat vind jij? Huisbezoeken of niet? Doe je het al? Hoe vind je de tijd? En wat zijn de voordelen?
Ik ben benieuwd naar jouw ervaring. Voor je reactie krijg je ons boek: Verhalenfabriek, inspireren in de klas.
Fijne dag! Kijk ook even naar Joris & Monique; hoe het bij hun op school gaat.
Huisbezoek
– Zullen we het intakegesprek bij jullie thuis doen?
– Ja! Wat leuk dat je dat
doet!
– Voel je vrij om te zeggen
als je het liever op school doet hoor! Geen probleem als het
niet uitkomt.
– Nee joh, mijn kind zal
het fantastisch vinden. Ik moet alleen even opruimen, hahaha.
Op
onze school voeren we 3 weken na de start van een 4-jarige een intakegesprek.
Aan de hand van het bij plaatsing ingevulde intakeformulier en de overdracht
van de crèche of voorschool bespreken we de wederzijdse bevindingen van de
eerste weken van het kind in de klas en eventuele bijzonderheden.
We
hebben geen specifiek beleid met betrekking tot huisbezoeken, maar ik vind het
dusdanig belangrijk dat ik hier graag wat extra tijd voor vrij maak. Een
investering die zich naar mijn mening terugbetaald in een goed contact met
ouders en kind.
Hoewel
het belang van huisbezoeken door mijn collega's wordt erkend, vinden zij de
tijdsinvestering te groot. Wel laten sommigen zich uitnodigen door ouders of
kinderen voor de lunch. Zelf vind ik dit teveel uitgaan van willekeur en vind
ik de setting minder professioneel. Bovendien kom je dan niet bij álle kinderen
thuis en misschien wel juist niet bij diegenen waarvoor het belangrijk en
zinvol kan zijn.
Ik
bied ouders wel altijd de ruimte om te zeggen dat ze het gesprek liever op
school willen voeren, maar in de praktijk is dit nog nooit gebeurd.
Integendeel, ouders en kinderen reageren enthousiast én blij verrast.
Meestal
ga ik in de middag rond 'theetijd' want dan krijg ik lekkere (zelfgebakken)
koekjes. Het
kind staat vaak al voor het raam naar mij uit te kijken en is in hoge staat van
opwinding … de juf komt bij mij op bezoek!
Met
veel plezier laten ze hun slaapkamer en speelgoed zien. Ik maak kennis met hun
lievelingsknuffel en we bekijken samen hun 'boekje voor het slapengaan'.
Bam;
dan weet je meteen óf en zo ja wát er voorgelezen wordt. Je ziet welk speelgoed
er in huis is, hoe het opgeruimd en gesorteerd is en wat de interesses van het
kind zijn.
Met
de knuffel voeren we een gesprekje over bv. het slapen gaan.
Bam;
een stortvloed aan informatie over hoe het toegaat rond bedtijd, uitkleden,
tandenpoetsen, speentje.
Samen
met het kind vertellen we over de dagelijkse gang van zaken in de klas. Wat
vind je het leukste? Heb je al een vriendje? Wat vind je stom of moeilijk? Welk
werkje heb je al gedaan?
Ondertussen
zie ik hoe er naar het kind geluisterd wordt, of er verwacht wordt dat hij aan
tafel blijft zitten, hoe gereageerd wordt als het kind nóg een koekje wil en
hoe de omgang is met eventuele broertjes en zusjes. Een schat aan informatie
over de communicatie in het gezin, omgaan met regels en de normen en waarden in
het gezin.
Het
kind vertelt samen met mij hoe het toegaat op school. Informatie die de
ouders doorgaans nog niet uit hun kind
kregen op de vraag 'hoe was het vandaag op school'?
Ik
kan voordoen hoe ik hele concrete vragen stel, ingaand op een specifiek moment.
Zo laat ik ook zien hoe wij in de klas met elkaar praten.
Het
komt nog al eens voor dat een kind in de klas verlegen is, maar thuis honderd
uit kletst. In de vertrouwde thuisomgeving zie je hoe het kind is en waar je
naar toe kan werken in de klas.
Natuurlijk
mag het kind de volgende dag in de groep vertellen dat de juf op bezoek was en
wat we hebben gedaan. Vaak is dat een doorbraak en het kind minder angstig
nadien. Het kind voelt zich even heel belangrijk en gezien.
Na
het bezoek schrijf ik een digitaal verslagje in ons volgsysteem. Zo kunnen ook
collega's in volgende klassen over mijn
ervaringen lezen.
En
dat is soms handig, want ik ben al heel wat opmerkelijke zaken tegen gekomen:
Het
zegt wat als een jongetje opgroeit in een klein bovenhuis waar de grote TV
prominent aanwezig is en de hele dag, ook tijdens mijn bezoek, luid aanstond.
Het speelgoed bestond slechts uit beep- en pleep artikelen. Niets om mee te
bouwen, te lezen of de fantasie te prikkelen.
Met
mijn oordeel al klaar belde ik aan bij het huis van een jongetje wat er
verwaarloosd uitzag. Geen veters in zijn schoenen en geen knopen aan zijn jas.
Fruit had hij vaak niet bij zich en hij droeg alles mee in een grote plastic
zak i.p.v. een rugzakje.
De
hal lag vol met kranten en reclamefolders, mijn vooroordeel werd bevestigd: ik
kwam in chaos terecht. Tot ik het appartement betrad … groot, ruim, met veel
design gemeubileerd, schoon en alles op zijn plek. Verder viel het op dat een
grote wereldkaart aan de muur hing, alle delen van de jeugd-encyclopedie
aanwezig waren en moeilijke puzzels met afbeeldingen van kastelen en
kathedralen. Verder geen speelgoed. De ouders waren beiden hoogopgeleid,
werkten fulltime en legden de lat hoog voor hun kinderen die 5 dagen naar de
naschoolse opvang gingen. Ze vertelden dat ze in de weekenden vaak musea bezochten.
Voor ontspanning, gezelligheid met elkaar en samen spelen was weinig aandacht.
Nu begreep ik waarom dit kind elke dag op school in slaap viel …
Tijdens
een huisbezoek kreeg het kind een driftaanval omdat hij iets wilde doen waar
zijn zusje al mee bezig was. De moeder knielde wanhopig naast hem neer, sprak
op hem in terwijl hij steeds harder ging gillen en om zich heen sloeg. Dit
gedrag had ik in de klas ook al gezien. Ons gesprek leek teneinde. Tot ik tegen
de moeder zei: in de klas laat ik hem in zo'n geval met rust. Ik zeg dat ik
graag weer met hem wil praten als hij uitgeraasd is, maar verder negeer ik zijn
gedrag. Meestal is het dan snel weer over. Met mijn hulp heeft moeder dat ook
gedaan al kostte het haar moeite, en kijk … even later kwam hij weer vrolijk
bij ons aan tafel.
Een
meisje kwam 's morgens vaak te laat. Tijdens het huisbezoek waren tot mijn
verbazing alle 4 kinderen van het gezin niet aanwezig. Moeder vertelde dat ze
elke dag bij oma aten en pas rond bedtijd thuis kwamen, net als de ouders. Dan
hadden ze het nog even gezellig met elkaar …
Heb
je ons nieuwe adres, vroeg moeder, we zijn net verhuisd. Toen ik daar aankwam,
ver weg van school, wees niets erop dat het gezin hier pas sinds enkele weken
woonde. Met de adressering en inschrijving bleek van alles niet te kloppen …
Een
nieuw meisje in de groep vertoonde vanaf dag 1 'prinsessengedrag'. Op het
moment dat moeder thuis de deur voor mij opende, duwde zij het meisje een
kroontje op het hoofd.
Hoe
toepasselijk … Het was een mooie inleiding voor het gesprek wat voortdurend
werd onderbroken omdat moeder zich met haar kind bezig hield wat steeds alle
aandacht opeiste. Moeder vertelde hoe bijzonder knap haar dochter was en hoe
trots zij was op haar prestaties. Dacht ik ook niet dat zij erg 'voorlijk' was?
Nou, ik had een andere visie. Ik vertelde dat ik het belangrijk vind dat
kinderen zichzelf kunnen aankleden, hun jas aantrekken en zonder hulp naar de
wc gaan. Dat ze weten dat als iemand in gesprek is je even moet wachten,
uitgestelde aandacht. Alle voorbeelden deden zich ter plekke voor.
Moeder
besefte dat zij haar dochter teveel beschermde en vertelde dat zij het lastig
vond haar dochter los te laten op weg naar meer zelfstandigheid. Pas toen ik
bij mijn vertrek een opmerking maakte over het ingrijpende thema van het boek
wat op tafel lag, bleek dat de achtergrond van moeders angsten en ben ik weer
even gaan zitten om haar verhaal aan te horen. Zonder dit huisbezoek had ik
hier nooit van geweten, ze vertelde er eigenlijk liever niet over...... Maar
het verklaarde veel en ik denk deze leerling nu beter te kunnen begeleiden en
de ouders beter te begrijpen. Hiermee zijn waarschijnlijk heel wat ingewikkelde
oudergesprekken voorkomen.
Het
oudere zusje kende ik al, nu kwam het tweede kind bij mij in de groep. Bij
beide meisjes hadden we ernstige vermoedens van ADHD. Thuis kwam het nauwelijks
tot een gesprek. Het meisje waar ik voor kwam kon, net als in de klas, geen
minuut blijven zitten om samen te vertellen over haar eerste schoolweken. Haar
volledige slaapkamer werd ontruimd en voor mij tentoongesteld. Ondertussen
vlogen de poppen en hun bedjes door de kamer, sprongen de meisjes van de bank
op de tafel, kregen ze ruzie, limonade viel om en werd om het clownspak gevochten.
Moeder was alleen maar aan het politie-agenten en verontschuldigde zich permanent voor de
situatie. Ze leek wanhopig en machteloos. Ik begreep haar situatie en zag in
dat we snel hulp voor dit gezin moesten inzetten.
Zo
kan ik mij tijdens een huisbezoek een goed beeld vormen van de gezinssituatie
en het kind en zijn opvoeding thuis.
Bovendien
hebben we vaak waardevolle gesprekken over ons onderwijs. Wát we waarom doen en
hoe. Wat de visie is van onze school, hoe we ons onderwijs vormgegeven en wat
we belangrijk vinden.
En
in een later stadium kan ik het kind met de moestuin vragen om een stekje van
de aardbeienplant mee te nemen of aan de vader met atelier aan huis vragen of
we daar een keer mogen komen schilderen met de klas.
Mijn
ervaring leert dat het huisbezoek een positief effect heeft op zowel het
contact met ouders als met de kinderen. Omdat de aanleiding professioneel is,
het intakegesprek, blijf ik uit de buurt van een willekeurig bezoekje puur voor
de gezelligheid. Bij kinderen kan ik refereren aan hun thuissituatie en heb ik
een beeld van hun gedrag in hun eigen veilige omgeving. Bij ouders merk ik een
toegankelijke open houding met waardering voor mijn inzet, respect voor mijn
kennis en kunde en een beter begrip van ons onderwijs.
Educatief
partnerschap start hier aan de basis, het is meer dan het eenrichtingsverkeer
van ouder naar school halen, maar óók de aanzet tot contact van school naar de
thuissituatie vanuit wederzijdse
betrokkenheid.
Saskia
Boissevain, leerkracht onderbouw
Amsterdam
6-de
Montessorischool Anne Frank
woensdag 3 juni 2015
JP Coen en Michaëlschool bedankt!
Afgelopen vrijdag heb ik een bijzondere dag gehad. ’s Morgens was ik te gast bij de SBO Michaëlschool Amersfoort. De school is een excellente school. Wat betekent dit, even heel kort door de bocht? Allereerst dat er goed les wordt gegeven, dat er een fijn klimaat is en dat er boven verwachting hoge resultaten worden behaald door de leerlingen. De school zag goed verzorgd uit, er waren naast medewerkers ook veel ouders bezig met kinderen (niet alleen hun eigen kinderen). En er heerste rust, geen gehol door de gangen. Het schoolplein was ruim met mooi materiaal en ook hier was een plek waar het rustig was (uiteraard niet het hele plein). Zo kunnen kinderen die even geen prikkels willen hebben zich hier terugtrekken.
De directeur van de school is Eva Naaijkens, een bevlogen vrouw die het beste uit haar teamleden wil halen, zodat zij weer het beste uit de kinderen halen. Belangrijkste succesfactor van de school is de goede samenwerking tussen de school, de leerkracht en de ouders met als doel: het beste voor het kind. De familie wordt minimaal twee keer door een medewerker van de school bezocht. Dit om een band te creëren met het gezin en om een beeld te krijgen hoe het er thuis aan toe gaat. Wat mij opviel aan de school was dat het eigenlijk niet zoveel anders was dan een gewone basisschool. De leerstof is dezelfde als in het reguliere onderwijs, alleen hebben deze kinderen allemaal een achterstand als ze starten op school. Ook in taal, en daarvoor was ik langsgekomen; Verhalenfabriek, inspireren om te leren is dè methodiek voor begrijpend lezen, ook voor kinderen van het SBO.
’s Avonds was ik uitgenodigd voor de jaarlijkse afsluiting van het Ouders ontmoeten ouders-initiatief van de J.P. Coenschool in Amsterdam! Dit is één van de weinige ‘goed gemengde’ scholen in Amsterdam, een school die een afspiegeling is van de buurt. De school wil buurtbewoners samenbrengen en zorgt dat ouders elkaar ontmoeten. Dit doen ze, onder andere, door elkaar verhalen te vertellen. De afsluiting bestond uit vier verhalen van ouders. Verhalen zorgen ervoor dat je je onderscheidt van een groep, je wordt een persoon. Met personen willen mensen zich verbinden, en zo kun je op de J.P. Coen als leerling en als ouder optimaal profiteren van de 17 verschillende culturele achtergronden op deze school. Het was een prachtige avond met verhalen, muziek en uiteraard heerlijk eten. Een traditie die al meer dan 10 jaar bestaat. Iedereen in de buurt was welkom, het voelde ook als een warm bad.
Beide scholen hebben zichzelf een heldere functie aangemeten. De Michaëlschool richt zich op kinderen met een IQ van tussen de 60 en de 85, om daar het maximale uit te halen. De hele aanpak is hierop gericht, zo zijn ze Exellente School geworden. De J.P. Coenschool wil buurtschool zijn en dat kan alleen als ze ook echt een rol in de buurt hebben. Zij brengen ouders en andere buurtbewoners van verschillende culturen samen. Ze komen allemaal samen in projecten als verhalen vertellen en muziek maken, maar ouders & leerlingen hebben bijvoorbeeld ook een multicultureel kinderkookboek en een traktatie-boek uitgebracht.
Heeft jouw school ook een missie en wil je die delen? Laat een bericht achter om kans te maken op een exemplaar van het boek: Verhalenfabriek, inspireren in de klas, de beste methodiek voor begrijpend lezen.
Abonneren op:
Posts (Atom)





