vrijdag 15 januari 2016

De vingers mogen naar beneden!


Hoe kun je er als leerkracht voor zorgen dat iedereen zich veilig voelt om te antwoorden op je vragen?

Ik kwam een mooie tip hiervoor tegen:

Stel je vraag en leg uit aan de kinderen dat je geen vingers wilt zien voor het antwoord, maar dat je zelf iemand uitkiest voor het antwoord. Waarschijnlijk ken je deze methode, vaak worden de namen van de leerlingen op ijsstokjes geschreven, die gaan in een bakje en dan kiest de leerkracht iemand uit om het antwoord te geven of zijn/haar gedachten te delen.

De voordelen hiervan zijn:
1. dat iedereen in de klas kan gevraagd worden, dus leerlingen zijn alerter, ze kunnen zich niet verstoppen,
2. dat er meerdere soorten antwoorden kunnen worden gegeven, niet alleen ‘juiste’ antwoorden,
waardoor leerlingen leren dat er niet maar één juist antwoord is,
3. dat het dus niet erg is om ‘fouten’ te maken, omdat leerlingen niet alleen maar één antwoord horen (van die paar leerlingen die toch altijd de beurt willen).

In plaats van de ijsstokjes vond ik deze. Zo leuk, even de namen van je leerlingen invoeren en draaien maar.

Deze tips komen uit de documentaire The Classroom Experiment van Dylan William.

Bij dit experiment bleek ook nog:

1. dat leren gemakkelijker gaat door iedere dag te bewegen. De dag te starten met bewegen of door tussen de lessen door regelmatig te bewegen,

2. dat het opschrijven van antwoorden een veel effectievere manier om te constateren of je leerlingen de stof begrepen hebben. En dan met name door het gebruik van individuele kleine ‘white-boardjes’ – dit is gewoon een wit A4tje met een plastic insteekhoesje er omheen. Iedere leerling krijgt een whiteboard-marker en een doekje om het schoon te vegen,

3. dat het effectief is om feedback te vragen van je leerlingen over je les. Zij zijn degenen die van je willen leren, vraag het ze!  

Dit en nog veel meer vind je hier, in de volledige documentaire. 

<a href="http://www.yourmailinglistprovider.com?a=ZEQQTJ"><img src="http://www.yourmailinglistprovider.com/banner7nl.gif" border="0" title="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" alt="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" width="468" height="60" /></a>

 

vrijdag 1 januari 2016

Kilometertaalvreters




De achterbank is de ultieme plek voor taalmeters! Bij dezen de tips van de leerlingen van groep 8: 





1. De AAA
- mijn naam is Arie, ik kom uit Amsterdam en ik verkoop Appels
- om de beurt een letter, zo ga je het hele alfabet af
 2. Kort maar krachtig
- 28-HNY-16 = 28 Happy New Year 16
- maak korte zinnetjes van de letters op de nummerborden van de auto’s om je heen
 3. Beroemd en berucht
- 35-PH-LG = 35 Piet Hein Lady Gaga
- zoek bij de letters afkortingen van de namen van beroemde personen
 4. Woordslang basic
- benzinestation – nummerbord – dode hoek – kilometer …
- maak een woordslang door de laatste letter van een woord te gebruiken voor een nieuw woord
- spreek bijvoorbeeld af dat alle woorden te maken hebben met ‘onderweg zijn’
5. Woordslang de luxe
- brandweer-weerstation-stationsklok …
- maak een woordslang door het laatste gedeelte van het woord te gebruiken voor een nieuw (samengesteld) woord
6. ABC-tje
- Amersfoort Breda Castricum … ABC met plaatsnamen, ga het hele alfabet af door bij iedere letter een plaatsnaam te vinden. Spreek af dat het over plaatsnamen in Nederland gaat, of in Europa, Amerika, Frankrijk, Rusland…
- of ABC met eten, drinken, kleuren, voetballers, popgroepen, dieren
7. Geen ja en geen nee!
- blijft leuk en best moeilijk. Wie houdt het het langste vol?
8. Rijmelarij
- iemand noemt een woord en alle andere inzittenden noemen een woord dat daarop rijmt. Als je niets kunt bedenken ben je af
9. Maak samen een verhaal
- we zijn op weg naar het zuiden – maar we moeten nog wel even – misschien kunnen we zo even stoppen …
- iemand begint met een zin en een ander bedenkt de volgende zin
- of een sprookje: er was eens een mooie prinses – ze was net 16 geworden – en iedere nacht ging ze uit slaapwandelen …
10. Goede voornemens
- dit jaar wil ik proberen iedere nacht 8 uur te slapen, te stoppen met roken, met de buurvrouw gaan wandelen …
- maak ze met elkaar en onthoud ze van elkaar
11. Twee kanten op
- bedenk woorden die je 2 kanten op kunt lezen; van voor naar achter en van achter naar voor
- lepel, reep, koor
12. Twee betekenissen
- bedenk woorden met meerdere betekenissen (homoniemen), bijvoorbeeld bank, wortel, haar, voet

Welke taalspelletjes doen jullie in de auto? Laat het me weten, dan zet ik jouw tip er bij! 



vrijdag 6 november 2015

Strip-please


Als je een verhaal vertelt in de klas, zijn leerlingen in het begin in de war. Waar komen die woorden vandaan, waar is het blaadje, waar is het boek? Hoe kan dit?

Mooi om te merken dat veel kinderen zo’n verhaal bijna letterlijk kunnen navertellen. Ze presenteren het voor de groep, met opvallend veel woorden en details uit het oorspronkelijke verhaal. Het verhaal is recht bij ze binnengekomen, zonder tussenkomst van papier of boek.

En als je ze dan vraagt om het verhaal te tekenen, in een strip, dan komen daar mooie dingen van. Beeld en tekst gecombineerd, waardoor de woorden nog beter blijven hangen.

Want strips zijn ‘vet’ en daar maak ik gebruik van. Waarom niet? Uit onderzoek blijkt dat strips leerzaam zijn, leuk en dus effectief.

Dit komt omdat het lezen van een strip een geheel eigen vaardigheid is, waarbij het lezen van tekst gecombineerd wordt met het bekijken van wat de tekenaar in beeld uitdrukt. Nieuwe woorden die een kind tegenkomt in de tekst van een strip worden ondersteund door een plaatje en een context, waardoor de betekenis meteen wordt opgepikt.

Voor kinderen die moeite hebben met lezen is dit extra handig, omdat zij in het lezen ondersteund worden door het beeld en daardoor het verhaal makkelijker en beter begrijpen. Daarnaast kunnen zij door de plaatjes de verhaallijn beter inschatten. Stripboeken zijn ideaal voor beelddenkers, vanwege de korte zinnen en dialogen.

Het lijkt me duidelijk en helder: strippen maar! 



<a href="http://www.yourmailinglistprovider.com?a=ZEQQTJ"><img src="http://www.yourmailinglistprovider.com/banner7nl.gif" border="0" title="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" alt="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" width="468" height="60" /></a>

woensdag 21 oktober 2015

Kun je stilzitten?

Op vrijdag gebeurt er op Twitter iets speciaals. Er worden complimentjes uitgedeeld door #FF te gebruiken.

Heshtek FF betekent zoveel als Follow Friday. Door iemand te noemen waar je bewondering voor hebt en daar dan #FF (#FollowFriday) bij te zetten. Gewoon omdat diegene jou inspireert, iets aardigs voor je gedaan heeft of omdat je iemand wilt bedanken. Eigenlijk bedoeld om iemand een hart onder de riem te steken.
Vorige week vrijdag heb ik ook een #FF getweet, met daarbij een filmpje van een leerkracht waar je blij van wordt! Waarom? Omdat zij de ultieme manier van leren laat zien; leren door plezier te maken. Waarmee ze haar leerlingen een hart onder de riem steekt. Omdat ze een manier heeft gevonden om leren leuk te maken voor ze.

Het is ook bewezen dat kennis blijft hangen door het in een liedje te gieten. Als invallers merken we dit dagelijks, omdat we ook onze liedjes bij de canonvensters in ons programma meenemen naar school. De leerlingen vinden het fantastisch, de melodieën liggen lekker in het gehoor en het samen zingen schept ook nog eens verbinding.

Wat doe jij in de klas om je leerlingen een hart onder de riem te steken? Om het leren leuk te maken voor ze?

Laat hieronder een reactie achter, dan krijg je van mij een liedje toegestuurd dat je maandag meteen kunt gebruiken in de klas. Even oefenen deze vakantie en dan maandag lekker zingen met z’n allen!

O ja, dit is ‘r, de leerkracht waar je blij van wordt!

woensdag 23 september 2015

Idee voor de KBW


Woensdag 7 oktober gaat de Kinderboekenweek van start. Het heet KinderboekenWEEK, maar het zijn er bijna 2. Heerlijk en geoorloofd 10 dagen ongegeneerd aandacht besteden aan boeken, lezen, schrijvers! Ik probeer dit het hele jaar te doen, maar de marketing en promotie tijdens de KBW helpen wel echt.

Verhalenfabriek wordt regelmatig uitgenodigd om op school bij de opening van de KBW een verhaal te vertellen en dit jaar is het thema zó fijn: Raar, maar waar. Wat past daar allemaal wel niet bij!

Aandacht voor een beetje rare, maar geniale types: Albert Einstein, Leonardo da Vinci, Marie Curie, Alan Turing … wat waren dat voor (RARE) types? En wat is er WAAR van al die verhalen over deze geniale geesten? Janny van der Molen heeft een erg leuk en leerzaam boek hierover geschreven: over slimme mensen die de wereld beter maakten, zie het linkje onderaan deze blog.

Raar maar waar past ook bij ons, bij Verhalenfabriek. Want bijna alle mensen die iets bijzonders hebben gepresteerd of achtergelaten, dat zijn mensen die niet in het keurslijf pasten, die het vaak ook niet lukte om in het reguliere onderwijs hun draai te vinden en dus hun eigen weg moesten zoeken. Sommigen van hen kregen hun ideeën over het voetlicht op hun eigen manier, bij anderen gebeurde dat pas later en werd zelfs na hun dood pas bekend hoe geniaal ze eigenlijk waren.

Hoe mooi is het als wij onze leerlingen NU vragen naar hun ideeën, ze leren deze te formuleren, op te schrijven, te verwoorden. Zodat ze al vroeg weten waar ze goed in zijn, wat er speciaal aan ze is, waarmee ze het verschil maken. Maar dan moeten wij leerkrachten er wel naar vragen, daar tijd voor inruimen in ons curriculum. Als wij dat nu al doen, op de basisschool, hebben leerlingen daar hun hele leven plezier van. Het wat-wil-je-worden?–programma van Verhalenfabriek helpt hierbij, zodat je je leerlingen echt leert kennen om hun kwaliteiten in te zetten voor de opbrengst van de hele groep!


vrijdag 11 september 2015

De Gouden Koets


Dinsdag 15 september is het Prinsjesdag en voorlopig de laatste kans om de gouden koets te zien. Deze gaat voor groot onderhoud een aantal jaren (!) uit de roulatie. Dit vertelde Jordi uit groep 7 naar aanleiding van het krantenartikel dat hij had uitgekozen voor zijn presentatie.

Na de presentatie van Jordi was de klas helemaal geïnspireerd tijdens het maken van een woordspin over Prinsjesdag: koffertje, hoeden, troonrede, koning, koets, plannen, stropdassen, regering, ridderzaal, goud, slaperig, voorlezen, troon, Maxima, Tweede Kamer, ministers, Den Haag.

We besloten om in de klas ook een echte Prinsjesdag te houden op 15 september. De leerlingen mogen vanaf vandaag werken aan hun eigen troonrede. Omdat de troonrede gaat over de plannen voor het komend jaar, schrijven ze in hun troonrede hun eigen plannen voor dit schooljaar: Wat willen ze leren? Waar willen ze beter in worden? Waarmee kunnen ze andere kinderen helpen? Wat kunnen ze doen voor de school en wat vinden ze belangrijke regels voor in de klas?

Dinsdag 15 september hebben we onze eigen Prinsjesdag, we hebben de volgende afspraken gemaakt:

1. de troonredes gaan in een koffertje, dat openen we dinsdagochtend 15 september
2. alle leerlingen dragen die dag een hoed naar school (ook de jongens en de juf)
3. er wordt wel gewerkt, maar tussendoor worden de troonredes voorgelezen
4. het voorlezen gebeurt op de stoel van de juf, en we proberen ‘op z’n Konings’ te spreken
5. voor de lunch nemen we allemaal iets ‘koninklijks’ mee in onze trommel: een sinaasappel, een blokje kaas met een vlaggetje, een wortel of een stuk oranje meloen.

Aan het eind van de dag doen we de Koninklijke Klokhuis Quiz, met allerlei leuke weetjes over deze dag en over de Oranjes. Alle troonredes gaan in een mooi mapje voor de klassenbieb.

Veel plezier! Je hebt vast nog ergens een mooi koffertje liggen.

zondag 5 juli 2015

Van A naar Beter


Je hebt ze in twee soorten:
1. Kinderen die in de vakantie veel woorden bijleren; ze gaan op vakantie, brengen veel tijd door met het gezin, er is tijd en aandacht voor elkaar, er wordt voorgelezen, er wordt gelezen over de vakantiebestemming en bezienswaardigheden.
2. Kinderen die thuis geen taalrijke omgeving hebben; ze gaan niet op vakantie, de ouders moeten de hele periode werken, er worden weinig tot geen uitstapjes gemaakt, de ouders hebben het gevoel dat ze hun kinderen niet kunnen helpen op het gebied van taal omdat ze vinden dat ze het Nederlands niet voldoende beheersen.

Twee uitersten, en alles wat daar tussen zit.

Uit onderzoek blijkt dat veel kinderen met een taalachterstand aan het eind van een lange zomervakantie terug op school komen met een lager taalniveau dan ze hadden voordat de vakantie begon. Ze hebben door het gebrek aan aandacht voor taal in de vakantie een negatieve leercurve.

Voor alle soorten kinderen geldt: soms hebben ze gewoon geen zin om te lezen! En al helemaal niet in de vakantie. Bij dezen een paar GRATIS tips om tijdens de vakantie ongemerkt leesmeters te maken:

1. Zingen - dat vinden ze wel leuk! En zeker als je als ouder meedoet. Maakt niet uit wat voor liedjes, als ze maar de hele dag in je hoofd blijven zitten. Er zijn van die liedjes waarmee je niet verder komt dan de eerste twee regels. Zoek de songtekst op, print ‘m uit en studeer samen in. Om nooit meer te vergeten. Van Annie M.G.-liedjes tot aan Parijs van Kenny B. (pure poëzie en vol met taaldingetjes).

2. Taalspelletjes – maak van de dagelijkse dingen een taalspelletje aan de keukentafel; boodschappenlijstje, vakantie-inpaklijst, een verjaardagskalender, borden langs de snelweg. Allemaal leuke taalsnacks voor in de vakantie, hier vind je ze allemaal!

3. De vakantiebieb – om te downloaden op je telefoon of tablet. En dan kun je kiezen uit leuke titels, voor je kinderen maar ook voor jezelf. Travel light! En: lees samen met je kind voor, om de beurt een stukje, samen een hoofdstuk per dag. Lees hier hoe het werkt.

Om met neuroloog Dick Schwaab te spreken; tijdens de vakantie en door te lezen leggen de hersenen van jouw kinderen weer allerlei nieuwe verbindingen; moeilijk begaanbare kronkelweggetjes worden steeds breder en minder bochtig, tot er uiteindelijk 4-baans snelwegen zijn, waar de woorden met grote snelheid de kortste weg van A naar B afleggen.

Fijne zomer!