maandag 28 maart 2016

Spring


Grote kans dat je in je klas of thuis een kind hebt dat fantastisch verhalen kan vertellen. De meeste kinderen zijn verhalenvertellers, als je naar ze luistert weet je dat.

Maar hebben we daar tijd voor? Hebben we er tijd voor ingeruimd? Er moet al zo veel, wanneer hebben we tijd om naar onze ‘natural storytellers’ te luisteren?

Op school in groep 1, 2, 3 is er nog tijd voor, in de kring, na het weekend, bij de start van het schooljaar. Ook in de hogere groepen gun je het kinderen dat ze hun verhaal kunnen blijven vertellen, formuleren, opschrijven. Juist omdat dit ze helpt bij het goed leren lezen.

Hoe leuk is het om je eigen verhaal te bedenken, op te schrijven en dan te presenteren? En hoe nuttig? Om je verhaal te kennen, te kunnen vertellen en dat te oefenen. Dit is het moment, op de basisschool, voor je hele verdere leven!

Bij Verhalenfabriek hebben we een eenvoudige manier om dit te leren en er mee te oefenen. Voor in de klas en om daarna mee naar huis te nemen. Met voor iedere leerling een werkboekje en voor jou als leerkracht een handleiding.

Als lente-aanbieding betaal je per werkboekje 1 euro en voor de handleiding 5 euro. Bij een klas van 20 leerlingen is dit een investering van 25 euro.

De werkboekjes zijn er voor leerlingen van groep 6, 7 en 8. De lerarenhandleiding is ook voor de onder- en middenbouw leerkrachten interessant, omdat het bomvol staat met ideeën om je leerlingen te laten vertellen, schrijven en presenteren.

Dus wil je werkboekjes voor jouw leerlingen? Of alleen de handleiding? Of alles? Stuur je me een mailtje met jouw wensen, dan komt het naar je toe! francine@verhalenfabriek.nl

vrijdag 11 maart 2016

Landingsgestel


‘Juf, hoe kan dat? Waar komen die woorden vandaan, je hebt toch geen boek?’. Dit roepen de leerlingen aan wie ik een verhaal vertel. Kinderen kunnen vaak niet geloven dat verhalen gewoon in je zitten. En dat ze het zelf ook kunnen, een verhaal vertellen zonder boek, gewoon uit het hoofd.

Bij de onder- en middenbouw neem ik vaak mijn verhalenkoffer mee. Deze heb ik ooit gevonden bij het vuilnis op straat, maar hij was nog zo mooi. En nu heb ik er iedere dag plezier van. Er zit helemaal niets in, in die koffer. En toch zit hij stampvol verhalen. Zodra ik het deksel opendoe, vliegen de verhalen door het klaslokaal. Het enige dat de leerlingen hoeven doen is er eentje (of twee) uit de lucht te plukken en stevig in hun vuist te houden. Ik luister dan bij een aantal kinderen ‘aan hun vuist’ om te horen welk verhaal ze hebben gevangen. En dan hoor ik de hele dag: ‘Juf, kun je mijn verhaal nu vertellen, wat ik heb gevangen?’

Het werkt geweldig en zo’n verhaal aan het begin van de dag fungeert als landingsgestel; even binnenkomen na de drukke route naar school (wekker, opstaan, ontbijten, tandenpoetsen, fietsen, snel, vlug). En niet alleen voor je leerlingen, ook bij een vergadering, overleg of ouderavond. Start eens met een verhaal! Is een beetje vreemd, en ook spannend, maar de landing wordt meteen ingezet.

Klik hier voor een prachtig verhaal (met dank aan Bart Butter van ABBS Elzenhagen in Amsterdam).

vrijdag 19 februari 2016

ABC code

Leren lezen door te leren schrijven, dat is waar de Alfabetcode voor staat. Door met je hand letters te maken en ze zo te leren. Uitgangspunt zijn de klanken die kinderen al kennen, die ze hebben geleerd van ons.

Leren is het verbinden van nieuwe informatie aan dingen die je al weet. Kinderen horen en imiteren klanken van ons, en die leren ze schrijven. En wat een kind kan schrijven, kan het ook lezen. Logisch, zul je denken, en dit geeft meteen het belang aan van een goede ontwikkeling van het handschrift.

Na de basisschool en na de middelbare school heb je je handschrift steeds minder nodig, maar om te leren lezen is het essentieel. En jonge kinderen vinden schrijven leuk, dus laten we daar gebruik van maken.

Je kunt korte, leuke schrijfopdrachtjes met kinderen doen. Ook thuis! Laat je kind bijvoorbeeld het boodschappenlijstje maken, een inpaklijst voor op reis, of het recept van jullie favoriete gerecht opschrijven. Een dagboek bijhouden of een kalender maken. Opschrijven, opnieuw doen, naschrijven, leren, leren lezen!

Hier vind je het filmpje over de Alfabetcode - 8 minuutjes maar.

vrijdag 5 februari 2016

Links & Rechts

Hoe leuk is dat? Bewegen om taal te verwerven! Ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet heeft er al veel over geschreven; optimaal leren gebeurt als beide hersenhelften worden aangesproken en verbonden.

De linker hersenhelft gebruiken we bij rekenen, taal, logisch nadenken, verwoorden, redeneren, etc. Bij het maken van bewegingen gebruiken we de rechter hersenhelft. Het mooie van leren door beweging is, dat er een verbinding wordt gelegd tussen je linker- en rechter hersenhelft.

Hoe zetten we dat in, in de klas? Een voorbeeld: Gisteren kwam het woord ‘aangapen’ voorbij in groep 5. De leerlingen mochten naast hun stoel gaan staan en de bewegingen nadoen. Het woord werd uit elkaar gehaald: ‘aan’ – door met je hand een knopje om te switchen (tegenovergestelde van ‘uit’) & ‘gapen’ – door je helemaal uit te rekken, tot aan het plafond en dan met een gigantische gaap. Een meisje vroeg ik om haar ‘aangapen’ voor te doen; ze ging door haar knieën, handen naast haar voeten en trok broekspijpen omhoog (aan!). ‘Gapen’ als in aangapen werd door iemand anders uitgebeeld met ogen wijd opengesperd, mond ook, wenkbrauwen omhoog en zeer verbaasd naar zijn klasgenoten kijkend. 

Daarna hebben we alle woorden die ze associeerden met ‘aangapen’ op het bord geschreven. Fijne les, met beide hersenhelften in beweging!

Je kunt natuurlijk ook samenwerken met de vakleerkracht voor gym, hier een mooi voorbeeld.

Wat zijn jouw favoriete bewegingstussendoortjes? Share your moves hieronder of op de Facebook pagina van Verhalenfabriek. Dank je wel, fijn weekend!  

vrijdag 15 januari 2016

De vingers mogen naar beneden!


Hoe kun je er als leerkracht voor zorgen dat iedereen zich veilig voelt om te antwoorden op je vragen?

Ik kwam een mooie tip hiervoor tegen:

Stel je vraag en leg uit aan de kinderen dat je geen vingers wilt zien voor het antwoord, maar dat je zelf iemand uitkiest voor het antwoord. Waarschijnlijk ken je deze methode, vaak worden de namen van de leerlingen op ijsstokjes geschreven, die gaan in een bakje en dan kiest de leerkracht iemand uit om het antwoord te geven of zijn/haar gedachten te delen.

De voordelen hiervan zijn:
1. dat iedereen in de klas kan gevraagd worden, dus leerlingen zijn alerter, ze kunnen zich niet verstoppen,
2. dat er meerdere soorten antwoorden kunnen worden gegeven, niet alleen ‘juiste’ antwoorden,
waardoor leerlingen leren dat er niet maar één juist antwoord is,
3. dat het dus niet erg is om ‘fouten’ te maken, omdat leerlingen niet alleen maar één antwoord horen (van die paar leerlingen die toch altijd de beurt willen).

In plaats van de ijsstokjes vond ik deze. Zo leuk, even de namen van je leerlingen invoeren en draaien maar.

Deze tips komen uit de documentaire The Classroom Experiment van Dylan William.

Bij dit experiment bleek ook nog:

1. dat leren gemakkelijker gaat door iedere dag te bewegen. De dag te starten met bewegen of door tussen de lessen door regelmatig te bewegen,

2. dat het opschrijven van antwoorden een veel effectievere manier om te constateren of je leerlingen de stof begrepen hebben. En dan met name door het gebruik van individuele kleine ‘white-boardjes’ – dit is gewoon een wit A4tje met een plastic insteekhoesje er omheen. Iedere leerling krijgt een whiteboard-marker en een doekje om het schoon te vegen,

3. dat het effectief is om feedback te vragen van je leerlingen over je les. Zij zijn degenen die van je willen leren, vraag het ze!  

Dit en nog veel meer vind je hier, in de volledige documentaire

<a href="http://www.yourmailinglistprovider.com?a=ZEQQTJ"><img src="http://www.yourmailinglistprovider.com/banner7nl.gif" border="0" title="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" alt="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" width="468" height="60" /></a>

 

vrijdag 1 januari 2016

Kilometertaalvreters




De achterbank is de ultieme plek voor taalmeters! Bij dezen de tips van de leerlingen van groep 8: 





1. De AAA
- mijn naam is Arie, ik kom uit Amsterdam en ik verkoop Appels
- om de beurt een letter, zo ga je het hele alfabet af
 2. Kort maar krachtig
- 28-HNY-16 = 28 Happy New Year 16
- maak korte zinnetjes van de letters op de nummerborden van de auto’s om je heen
 3. Beroemd en berucht
- 35-PH-LG = 35 Piet Hein Lady Gaga
- zoek bij de letters afkortingen van de namen van beroemde personen
 4. Woordslang basic
- benzinestation – nummerbord – dode hoek – kilometer …
- maak een woordslang door de laatste letter van een woord te gebruiken voor een nieuw woord
- spreek bijvoorbeeld af dat alle woorden te maken hebben met ‘onderweg zijn’
5. Woordslang de luxe
- brandweer-weerstation-stationsklok …
- maak een woordslang door het laatste gedeelte van het woord te gebruiken voor een nieuw (samengesteld) woord
6. ABC-tje
- Amersfoort Breda Castricum … ABC met plaatsnamen, ga het hele alfabet af door bij iedere letter een plaatsnaam te vinden. Spreek af dat het over plaatsnamen in Nederland gaat, of in Europa, Amerika, Frankrijk, Rusland…
- of ABC met eten, drinken, kleuren, voetballers, popgroepen, dieren
7. Geen ja en geen nee!
- blijft leuk en best moeilijk. Wie houdt het het langste vol?
8. Rijmelarij
- iemand noemt een woord en alle andere inzittenden noemen een woord dat daarop rijmt. Als je niets kunt bedenken ben je af
9. Maak samen een verhaal
- we zijn op weg naar het zuiden – maar we moeten nog wel even – misschien kunnen we zo even stoppen …
- iemand begint met een zin en een ander bedenkt de volgende zin
- of een sprookje: er was eens een mooie prinses – ze was net 16 geworden – en iedere nacht ging ze uit slaapwandelen …
10. Goede voornemens
- dit jaar wil ik proberen iedere nacht 8 uur te slapen, te stoppen met roken, met de buurvrouw gaan wandelen …
- maak ze met elkaar en onthoud ze van elkaar
11. Twee kanten op
- bedenk woorden die je 2 kanten op kunt lezen; van voor naar achter en van achter naar voor
- lepel, reep, koor
12. Twee betekenissen
- bedenk woorden met meerdere betekenissen (homoniemen), bijvoorbeeld bank, wortel, haar, voet

Welke taalspelletjes doen jullie in de auto? Laat het me weten, dan zet ik jouw tip er bij! 



vrijdag 6 november 2015

Strip-please


Als je een verhaal vertelt in de klas, zijn leerlingen in het begin in de war. Waar komen die woorden vandaan, waar is het blaadje, waar is het boek? Hoe kan dit?

Mooi om te merken dat veel kinderen zo’n verhaal bijna letterlijk kunnen navertellen. Ze presenteren het voor de groep, met opvallend veel woorden en details uit het oorspronkelijke verhaal. Het verhaal is recht bij ze binnengekomen, zonder tussenkomst van papier of boek.

En als je ze dan vraagt om het verhaal te tekenen, in een strip, dan komen daar mooie dingen van. Beeld en tekst gecombineerd, waardoor de woorden nog beter blijven hangen.

Want strips zijn ‘vet’ en daar maak ik gebruik van. Waarom niet? Uit onderzoek blijkt dat strips leerzaam zijn, leuk en dus effectief.

Dit komt omdat het lezen van een strip een geheel eigen vaardigheid is, waarbij het lezen van tekst gecombineerd wordt met het bekijken van wat de tekenaar in beeld uitdrukt. Nieuwe woorden die een kind tegenkomt in de tekst van een strip worden ondersteund door een plaatje en een context, waardoor de betekenis meteen wordt opgepikt.

Voor kinderen die moeite hebben met lezen is dit extra handig, omdat zij in het lezen ondersteund worden door het beeld en daardoor het verhaal makkelijker en beter begrijpen. Daarnaast kunnen zij door de plaatjes de verhaallijn beter inschatten. Stripboeken zijn ideaal voor beelddenkers, vanwege de korte zinnen en dialogen.

Het lijkt me duidelijk en helder: strippen maar! 



<a href="http://www.yourmailinglistprovider.com?a=ZEQQTJ"><img src="http://www.yourmailinglistprovider.com/banner7nl.gif" border="0" title="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" alt="E-mail Nieuwsbrieven & E-mail Marketing met YMLP.com" width="468" height="60" /></a>